Sporen in Doetinchem

‘Als je iets wil, dan moet je het regelen’, leerde ik al jong. Dus ik ging dat wel even regelen, zo’n boerderijtje.

 Mijn man Theun werd gek van me en niet geheel onterecht. Uren op Funda en eindeloos veel bezichtigingen. Voor mij is de grens tussen enthousiasme en obsessie een dunne lijn.

Juni vorig jaar liet hij me beloven om het minimaal een half jaar te laten rusten. “Wil je het dan niet?” vroeg ik. “Jawel, maar nu nog niet”, was zijn antwoord. “Nu nog niet”, de zin waar hij me al ruim tien jaar direct mee op de kast heeft.

Op de ochtend na de belofte het een half jaar te laten rusten, stond het huis waar we nu wonen op Funda. Ik heb hem gesmeekt om nog één keer mee te gaan en dan zou ik het daarna écht een half jaar laten rusten. Het was prachtig. En het was na al die bezichtigingen het eerste huis waar we allebei tegelijk verliefd op werden.

Toen we net verhuisd waren en ik nog bezig was met dozen uitpakken, kwam ik mijn eerste fotoboek tegen. Ik bladerde erdoor en vond de foto waar ik als baby’tje op sta, samen met mijn overgrootmoeder, mijn oma en mijn moeder. Vier generaties vrouwen. Toen onze dochter Doris geboren werd maakten we opnieuw zo’n foto. Dit keer met mijn dochter, mijn moeder, mijn oma en ik. Ik keek naar die foto en ik schrok. Allemaal vrouwen uit Doetinchem! Dat wist ik ergens wel. Maar nu pas raakte die gedachte me. Het ontroerde me en ik vond het mooi. Al die vrouwen woonden hier al voor mij.

Die avond heb ik op internet zitten speuren in online stambomen. Om 2 uur ’s nachts was ik teruggekomen tot halverwege 1700. Elf generaties vrouwen vond ik. Allemaal uit Doetinchem.

“En ik dacht toch echt dat het toeval was, dat we in Doetinchem terecht zijn gekomen” zei ik een paar weken later tegen Morten Hjort, mijn supervisor. “Dat is toch mooi dat God dat jou als toeval heeft verkocht, anders had je het nooit gedaan”, zei hij met een grote grijns. “En jij maar denken dat je het helemaal anders doet dan je familie”, voegde hij er lachend aan toe.

We hebben een huis gekocht op de plek waar tot minstens 300 jaar terug mijn voormoeders leefden. En vermoedelijk nog langer, want ik denk niet dat ze rond 1700 zo vaak naar een ander gebied verhuisden.

‘Het klopt dat we hier zijn gaan wonen’, dacht ik. En meteen vond ik dat ook een belachelijke gedachte. Het is maar wat je erin wil zien natuurlijk. Maar wat had ik het op dat moment nodig, om te voelen dat het klopte. Om een bevestigend antwoord te krijgen op de vraag of we de juiste keuze hadden gemaakt. 

Ik heb als het erop aankomt best een grote mond. En ik ben zeker geen afwachter. Ik durf knopen door te hakken en ik ben niet risicomijdend. Maar toch; bij iedere grote beslissing of grote stap ben ik ook bang. Bang dat het niet goedkomt.

Vertrouwen, dat vind ik op z’n zachtst gezegd nog wel een dingetje. Me toevertrouwen aan de mensen om me heen gaat me inmiddels een heel stuk beter af dan een jaar of tien geleden. Maar me toevertrouwen aan iets groters; aan het lot, aan het leven, of hoe je het ook wil noemen, dat is een zoektocht die ik lang voor me uit heb geschoven. Want stel dat ik het niet vind, wat dan? Dan is niet zoeken toch de veiligste optie. 

Wat zijn er in het afgelopen jaar veel momenten geweest waarop ik heb verlangd naar iets om me aan toe te kunnen vertrouwen. Toen we in de kale grauwe winter verhuisden, naar de plek waar ik opgroeide, maar waar ik ook bijna niemand meer kende, behalve mijn ouders. Tijdens de eerste maanden voelde ik me intens ontheemd. Ontheemd op de plek waar ik vandaan kom.

Na wat aarzeling, in de tijd dat corona haar intrede deed, besloten we om de bouw van de trainingsruimte toch door te laten gaan. Maar wat was ik bang. En wat verlangde ik naar een teken, iets dat kon vertellen dat we het juiste deden. Dat het goed zou komen. Of dat er iets zou zijn dat me zou dragen, als het niet goed zou komen.

En daar waren ze. Die vrouwen. Minstens negen generaties gingen mij hier voor. Zij waren voor mij het antwoord op de vraag of het klopte dat we Utrecht na twintig jaar achter ons hadden gelaten en hier in Doetinchem aan een nieuwe plek bouwden. Zij waren er om me aan toe te vertrouwen. En ze waren er al die tijd al. Ik zag ze alleen nog niet.

En zo kwam ik terwijl ik een grote stap de toekomst in maakte, ook oog in oog te staan met mijn geschiedenis. En bleek het die geschiedenis te zijn die me hielp te vertrouwen op de toekomst.

In april is de trainingsruimte af. Ik ben teruggekeerd naar waar ik vandaan kom. En ik bouw iets dat echt van mij is. In de voetsporen van al die vrouwen voor me. Om er nieuwe sporen te maken. Mijn eigen spoor. En om anderen te begeleiden in het vinden van hun spoor. Vooruit komen door je te verbinden met waar je vandaan komt.

Anne van Weeghel Training & Coaching gaat Sporen heten. En dat is in ieder geval geen toeval. Dat moet zo zijn.

Je bent van harte welkom bij Sporen. In Doetinchem. Ik bied je een leerlandschap voor persoonlijke ontwikkeling en leiderschapsontwikkeling. Een plek om terug te keren naar waar jij vandaan komt, om van daaruit opnieuw te vertrekken en richting en betekenis te geven aan jouw leven en/of leiderschap. 

Ik heet je graag welkom op deze voor mij zo betekenisvolle plek. En ik deel graag de stilte, het uitzicht en de wolkenluchten met je.